Als voeger houd je - onder toezicht – jezelf bezig met het snel en nauwkeurig afwerken van metselwerk. Je moet alles weten van de vele soorten voegen en voegmortels, maar ook van gemetselde muren en de verschillende metselstenen. Je leert tijdens de opleiding ook metselwerk en voegwerk reinigen en herstellen.
Een voeger hakt en slijpt de voegen op diepte en breedte, maakt ze schoon en vult ze met voegmortel. Ook het eventueel kleuren van een muur of mortel voor het voegen, en het waterdicht maken na het voegen, behoort tot zijn werk. Bijkomende werkzaamheden zijn het opbouwen en afbreken van steigers, en het bereiden en transporteren van voegmortel.
Bij nieuw metselwerk gebeurt het uithakken van de voegen met een voegbeitel, moker of vuisthamer. Verharde mortelresten hakt hij weg en eventueel beschadigde stenen worden uitgehakt en vervangen. Hij schuurt de muur met een brok baksteen, en veegt stof en los gruis weg. Daarna reinigt hij de muur met een handveger en zo nodig met verdund zuur. Vervolgens spuit hij de muur met water af om hechting van de mortel te bevorderen en zuurresten te verwijderen.
Bij renovatie of restauratiewerk wordt, vanwege de hardheid van de oude voegen, gebruik gemaakt van pneumatische hakhamers of een slijptol. Voor het vullen van de horizontale voegen wordt voegmortel van het voeg- of spaanbord geschept. Het voegbord houdt hij met één hand onder de voeg terwijl hij met de andere hand steeds met dezelfde snelle, korte en krachtige bewegingen de voeg vult met behulp van een voegspijker. De stootvoegen, de verticale voegen, worden gemaakt vanuit een stootvoegbakje of met een tot bal geknede hoeveelheid mortel. Voegen van een bepaalde hardheid worden verdicht met een mechanische voegspijker.
Terug naar het persberichten overzicht


